Het moment is daar, de tocht kan beginnen. Voor mijn verjaardag kreeg ik van Ingrid en de kinderen een weekendje aangeboden in België. Bekend met mijn interesse in de eerste wereldoorlog had ze in het boek "velden van weleer" gezocht waar de slagvelden lagen en in de buurt daarvan een hotel geboekt. De keus was gevallen op Oostende.
Vol goede moed en zeer nieuwsgierig gaan we vrijdags op pad. De kinderen onderdak bij opa en oma, de tassen gepakt, niks kan meer misgaan…..
Toch wel, we hebben ons misrekend op het verkeer. Een ongeluk in de kennedy-tunnel in Antwerpen, uren in de file. Gauw een andere weg zoeken, gevonden, alleen zijn er meer op dat idee gekomen, weer file. Nog een flink ongeluk op de andere rijbaan waar het dak van een BMW op zijn veiligheid wordt getest, 's avonds arriveren we in het hotel in Oostende waar 's middags de bedoeling was. Moe maar voldaan schuiven we aan voor het diner, met vis, maar de honger maakt ons schappelijk, waarna we de rest van de avond ook niet veel meer doen.
Na een goed ontbijt de volgende dag gaat de tocht dan toch echt beginnen. Het weer werkt mee en getrouw het boek beginnen we in Nieuwpoort aan onze tocht. Opvallend in Nieuwpoort is het grote "gedenkteken voor Koning Albert". Vanaf hier zijn de sluizen te zien die gebruikt werden om het achterliggende gebied onder water te zetten en zodoende de Duitsers tegen te houden.
Normaal kan men van bovenop dit monument alles bekijken maar juist deze dag is dit niet mogelijk. Pech!
Maar niet getreurd, de tocht gaat verder. Heel toepasselijk zien we bij het weggaan een Nederlandse auto stoppen met mensen daarin die ook het monument komen bekijken, met…inderdaad, hetzelfde boek in de handen. We zijn dus niet de enige.
We weten de route uit het boek redelijk te volgen met het, onderhand gebruikelijke, verkeerdrijden. Een aantal dingen uit het boek weten we te vinden, een aantal niet, maar het volgende punt waar we de auto neerzetten is bij de zogenoemde "dodengang".
Hier lag het Belgische leger in een loopgravencomplex met daar vlak tegenover het Duitse die elkaar gedurende 4 jaar naar het leven stonden. Getuige de bussen met toeristen die er bij dit "openluchtmuseum" staan heeft het voor de Belgen nog steeds een bijzonder betekenis. De zandzakken e.d. zijn nu van beton en het ziet er nu allemaal wat verzorgder uit maar het geeft toch wel een beeld van toen.Wanneer het druk begint te worden door alle andere toeristen stappen we weer in de auto en vervolgen onze tocht.
De volgende halte is het "Duitse militaire kerkhof van Vladslo" waar 25.000 Duitsers begraven liggen. Opvallend is het feit dat de graven niet door kruizen gemarkeerd zijn maar door grafstenen.
Iedere grafsteen bevat de namen van tientallen overledenen. Dit is ook het kerkhof waar het beroemde beeldenpaar "Treurend ouderpaar" staat van de Duitse kunstenares Kathe Kollwitz (ik geef toe, voor die tijd had ik nog nooit van haar gehoord). Op dit kerkhof ligt ook de zoon van de kunstenares, die in 1914 sneuvelde, begraven.
Het doet allemaal luguber aan, het besef dat op dit relatief kleine veld 25000 mensen begraven liggen. Soldaten die er niet voor gekozen hadden om hun leven te eindigen in een loopgraaf in België.
We stappen weer in en vervolgen onze tocht. Het streven is om in de middag Ieper te bereiken om daar te gaan lunchen. Het landschap dat we op onze tocht tegenkomen is niet bijzonder indrukwekkend. Veel overblijfselen uit de eerste wereldoorlog zijn er niet te zien, niet zo verwonderlijk 85 jaar na dato. Ik had toch verwacht iets meer tegen te komen maar waarschijnlijk zal er bij Ieper meer te zien zijn.
Vanuit de verte doemt "de Ijzertoren" op in Diksmuide. Deze toren was van oorsprong een monument voor de gesneuvelde Vlaamse soldaten in België maar wordt nu vooral geassocieerd met het Vlaamse rechts-extremisme.
Dichtbij gekomen ziet de toren er zeer indrukwekkend uit maar we kiezen ervoor om niet de toren van binnen te gaan bekijken aangezien de tijd ons parten begint te spelen. Opvallend is wel de tekst op de toren die precies de bedoeling van dit monument weergeeft.
Jammer dat nu de toren gebruikt word door lieden met een bedenkelijke boodschap. Naarmate we dichter bij Ieper komen neemt ook het aantal militaire begraafplaatsen toe, vooral Engelse. We komen nu in het gebied dat de Engelsen welhaast als heilige grond zien gezien de hevige gevechten die hier hebben plaatsgevonden en de honderdduizenden soldaten die daarbij gesneuveld zijn, aan Engelse en aan Duitse kant. De begraafplaatsen zien er verzorgd en zijn er in diverse maten, hele grote en zeer kleine.
We gaan Ieper in en parkeren de auto vlak bij de Lakenhal waar een grote expositie is over de eerste wereldoorlog met als naam "In Flanders Fields".Die zullen we in de middag gaan bezoeken, eerst de inwendige mens versterken.
In een leuk café nemen we de lunch met vlak naast ons een stel engelse toeristen om maar weer eens te onderstrepen de belangrijkheid van Ieper voor de Engelsen.
Na de lunch gebruiken we eerst onze tijd om een leuk souvenir mee te nemen voor de kinderen en wat is er toepasselijker dan om in België een video van K3 te kopen, succes verzekerd.
De maag is weer vol, we kunnen er weer tegenaan. Op naar de Lakenhal. Binnenin is een zeer uitgebreide expositie over de eerste wereldoorlog en dan vooral de gevechten die rondom Ieper hebben plaatsgevonden.
Indrukwekkend zijn alle foto's, films en voorwerpen die getoond worden. Hier wordt je stil van. De gruwelijke strijd die gevoerd is wordt hier in al zijn gedaante's tentoon gesteld.
Weer buiten besluiten we om te voet naar het grote gedenkteken te gaan dat in Ieper staat, "de Menenpoort". In dit gedenkteken staan de namen gegraveerd van ruim 54000 vermisten. Soldaten die niet meer zijn teruggevonden. Iedere avond wordt er bij dit een ceremonie opgevoerd om al deze vermisten te gedenken. Dit vindt plaats om 20.00 uur, gezien de tijd is dit voor ons niet haalbaar.
Jammer, ik had dit graag willen zien. Wanneer we onder deze poort staan zien we de indrukwekkende lijsten van namen, geen hoek van deze poort is onbenut, alle namen gerangschikt naar alfabet en de regimenten waar al deze soldaten toe behoorden.
Vreemd om hier te staan en te realiseren dat echter elke naam een verhaal schuilgaat.
Er wordt in ieder geval flink aandacht besteed aan dit gedenkteken, alles ziet er schoon en netjes uit.
We gaan weer naar de auto om te kijken wat we verder deze dag nog gaan bekijken. Het boek biedt ruime mogelijkheden om plekken te gaan bekijken in de omgeving van Ieper.
We gaan op zoek naar een aantal bezienswaardigheden maar al gauw blijken we onze reputatie van "verkeerd rijders" waar te maken. Een aantal genoemde plekken kunnen we niet vinden, danwel ontdekken we tijdens een langzaam beginnende regenbui zodat we toch de auto maar niet verlaten.
Wanneer we op een klein landweggetje een bordje zien staan blijken we gestuit te zijn op een reuzekrater die geslagen is door een reuzenmijn die in 1917 de omgeving deed beven, de zogenoemde "Lone tree Crater".
Heen- en weer rijdend tussen de verschillende plekken komen we ook langs een "klein kerkhof", zoals allen netjes onderhouden en indrukwekkend door de rijen van witte kruisen, strak in het gelid. Gezien de tijd wordt het nu toch echt zaak om weer naar Oostende te rijden om nog het diner mee te pikken.
Zoveel gezien deze dag en toch nog het gevoel hebben van nog meer te willen zien. Maar we hebben nog een dag en terug rijdend naar het hotel besluiten we om de volgende dag voordat we terug rijden naar Nederland nog langs Ieper te rijden. Uitgerust zijn we dan misschien wel in staat om nog enkele plekken te vinden die we vandaag gemist hebben. Het is toch een lange dag geweest en de vermoeidheid begint op de terugweg bij ons allebei voelbaar te worden.
Wat we wel opvalt deze dag is de aandacht die de eerste wereldoorlog nog heeft bij velen, gezien de hoeveelheid mensen die we toch aantreffen bij de verschillende gedenktekens. Ook de expositie in de Lakenhal in Ieper werd drukbezocht en her en der zie je reclame gemaakt worden voor speciale tochten met de bus over de toenmalige slagvelden, vooral tochten georganiseerd voor de Engelsen.
Na zo een drukke dag smaakt het eten goed en die avond worden er weinig activiteiten meer ontplooid. TV kijken en slapen om de volgende dag op de valreep nog een aantal plekken te bekijken.
De volgende dag. Tassen weer gepakt, een flink ontbijt want van middageten zal wel niet zoveel komen, en op weg naar huis, via Ieper. Daar aangekomen blijkt de nachtrust wonderen te hebben gedaan want plekken die gisteren onvindbaar waren worden nu direct gevonden.
We komen bij "Hill 62", een heuvel waar een felle strijd is uitgevochten tussen de Canadezen en de Duitsers. Een museum hierover is ingericht in een café, waarin ook een verzameling oorlogstuig te zien is.
Van alles is hier bij elkaar geplaatst, sommige dingen nauwelijks meer herkenbaar, andere nog in goede staat. Ook zijn er her en der kastjes geplaatst (de zogenoemde vues stereoscopiques) waarin je foto's kan bekijken van toen. Achter het café blijkt zich een klein loopgravenmuseum te bevinden. De loopgraven zijn hier te zien evenals de door granaatinslagen geteisterde grond. Opvallend zijn de grote kraters die er geslagen zijn in de grond.
Het ziet er allemaal tamelijk authentiek uit, zelfs nu is het niet echt gemakkelijk om te bewegen en te lopen in de loopgraven, laat staan zoals men toen hierin geleefd heeft. We zijn niet de enige die deze plek hebben uitgekozen om te bezoeken, nog meer mensen lopen rond in dit kleine openluchtmuseum. Na een tijdje hier te hebben rondgelopen stappen we weer in de auto om de laatste plek nog te gaan bekijken voordat we terugkeren naar Nederland en dat is de grootste Engelse begraafplaats in Vlaanderen, "Tyne Cot Cemetery". Deze weten we bewonderenswaardig snel te vinden en ook hier zijn we niet de enige. Van de gigantische hoeveelheid kruisen worden we toch wel even stil.
Alles weer netjes bijgehouden en bij sommige kruisen staan nog teksten geschreven en foto's geplaatst. Foto's waarop jonge mannen in die ouderwetse uniformen staan, toen nog niet wetend wat hun te wachten stond. Indrukwekkend is de lijst met namen op de muren, de namen van maar liefst 36000 vermisten. Geïmponeerd verlaten we het kerkhof om de reis naar Nederland aan te vangen.
Wat mij betreft een zeer geslaagd weekend. We hebben een hoop indrukwekkende dingen gezien, waarschijnlijk ook een heleboel niet, maar mijn eerste kennismaking met de eerste wereldoorlog was er een om niet snel te vergeten. Wat me wel opvalt, is de aandacht die er nog besteed wordt aan deze oorlog. Hoewel al meer dan 80 jaar geleden zijn de sporen ervan, als je er naar zoekt nog zeer wel aanwezig.
Ook is duidelijk geworden dat deze oorlog een verschrikkelijke tol heeft geëist aan mensenlevens, getuige de vele begraafplaatsen en de gigantische lijsten met vermisten die we gezien hebben onderweg.
De kop is eraf, het eerste gedeelte van de tocht zit erop. Het zal waarschijnlijk nog wel even duren, en welk gedeelte van het het front is ook nog onduidelijk, maar dat er een vervolg hierop komt is wat mij betreft zeker.
terug naar beginscherm