Ieper (november 2005)

We zijn alweer ruim anderhalf jaar verder en het streven om elk jaar een tocht te maken is een beetje naar de achtergrond verdrongen. De ziekte begint toch langzamerhand zijn verwoestende werking te krijgen en het hele jaar heeft toch in het teken gestaan van revalideren, eindeloos zaken regelen, (weer) een plekje zien te vinden op het werk, kortom het leven weer oppakken.
Het plan van Ingrid om lekker een weekendje weg te gaan komt dus als geroepen en zeker als de bestemming weer Ieper wordt. Een aantal zaken wil ik graag weer bekijken, grote problemen zie ik toch in het feit dat de rolstoel zijn intrede heeft gedaan. Is het bezoeken van de slagvelden nog wel mogelijk in zo'n karretje? Ingrid weet me toch over te halen en menig avond wordt besteed aan het uitzoeken van de verblijfplaats aldaar.
Ikzelf heb toch niet het geduld om dit uit te zoeken, ik ben al gauw tevreden. Ingrid echter kwijt zich dapper van de taak en komt op Internet een goede kanshebber tegen, een bed- en breakfast hoeve, gelegen midden in de Ieper-boog. De hoeve stamt uit de tijd van de eerste wereldoorlog, ziet er goed uit, en de eerste email contacten worden gelegd.
Deze contacten verlopen zeer plezierig, we krijgen enthousiaste e-mails terug dus de keuze wordt al snel gemaakt. Hier gaan we heen.
Uit de e-mails blijkt ook dat er zich een verzameling oorlogstuig op de hoeve bevindt, een verzameling van oorlogstuig wat men op het land in de loop der jaren heeft aangetroffen. Dit klinkt allemaal zeer goed en ik ben dan ook zeer benieuwd wat ik er allemaal tegenkom. Bij aankomst wordt er ons ook koffie en gebak beloofd dus de vooruitzichten zijn prima.

De vrijdag van vertrek is aangebroken. Een probleem, de vooruitzichten waren al niet denderend maar deze ochtend overtreft onze stoutste verwachtingen. Een dik pak sneeuw en de berichten worden met het uur slechter. Na koortsachtig overleg wordt toch besloten om te gaan en we begeven ons in het winterse weer.
De eerste 40 km worden afgelegd met een gangetje van 30 km/uur in dichte sneeuwval maar daarna kunnen we toch opschieten en na 4,5 uur rijden bereiken we Ieper en onze uitvalsbasis van dit weekend, "Varlet farm". Uitstappend worden we begroet door Charlotte, de vrouw des huizes die ons enthousiast verwelkomt met koffie en zelfgemaakte appeltaart. Tijdens het smikkelen vertelt zij uitgebreid over de bezienswaardigheden in de omgeving, en op de farm, en tips over wat we kunnen gaan zien, hoe we er komen, waar we kunnen eten en nog vele handige zaken die ons nog van pas kunnen komen in het weekend. De kamer wordt getoond en ook deze ziet er uitstekend uit zodat de start van het weekend veelbelovend is. Het weer kan de enige spelbreker worden want het is ijskoud.

Ondertussen is het al laat in de middag geworden en om toch het laatste licht van de dag te gebruiken gaan we meteen op pad. De eerste stop, en waarschijnlijk ook de laatste van deze dag, want het zal al gauw donker worden, is het "Duitse oorlogskerkhof in Langemark".
Binnenkomend vallen meteen de vier beelden op die achter op de begraafplaats staan, somber uitkijkend over de graven van de 44.000 Duitse soldaten die hier liggen, in grote massagraven. Het kerkhof is vooral bekend door de graven van de Duitse studenten die hier in 1914 gesneuveld zijn. Zij worden herdacht meteen bij de ingang met hun namen op de wand.
Het kerkhof ziet er somber uit, en de gedenkstenen met de vele namen doen indrukwekkend aan. De kou doet ondertussen zijn destructieve werk zodat al gauw de handen helemaal verkleumd zijn en de auto ons geriefelijker lijkt dan nog even op de begraafplaats rond te lopen. Na nog een aantal foto's gemaakt te hebben besluiten we weer terug te keren naar de, hopelijk nog warme, auto. Indrukwekkend om deze begraafplaats gezien te hebben. Niet zo mooi als de vele Britse begraafplaatsen maar daarom niet minder aangrijpend. Getuige de vele graven hebben de Duitsers toen ook een flinke tol betaald voor de gevechten om Ieper.
Wanneer we wegrijden van de begraafplaats zie ik links van de weg een bunker staan met daarvoor een monument. Nieuwsgierig keren we de auto om te kijken wat het is. Navraag later leert dat dit waarschijnlijk een Duitse bunker is. Het monument is ter herinnering aan de genie en artillerie van de 34e Divisie (dambordsymbool, ergens in de Somme staat er ook eentje) en heeft waarschijnlijk te maken met de verovering in september 18.
Na een foto gemaakt te hebben vanuit de auto, de kou is niet echt aanlokkelijk, rijden we verder naar Ieper voor het nuttigen van het diner. Aangezien het eten al rond 18.30 uur op is, en de kou niet uitnodigt om de Last Post ceremonie onder de Menen poort te gaan bekijken gaan we weer terug naar de farm om de avond languit op bed door te brengen. In de farm is een flinke verzameling boeken aanwezig over de eerste wereldoorlog, zodat ik de avond wel doorkom.

Na een rustige, donkere nacht, schuiven we de volgende dag om 08:30 uur aan voor het ontbijt. De andere gasten van de hoeve zijn ook aanwezig, twee Engelse echtparen, die, getuige de verhalen al vaker hier geweest zijn. We horen van hen dat zij de vorige avond wel bij de Menen poort aanwezig zijn geweest samen met nog enkele honderden belangstellenden.
Na een flink ontbijt te hebben genoten gaan we de plannen voor de dag bekijken. In tegenstelling tot gisteren is het niet zo ijzig koud, maar wel vreselijk nat. De plannen gaan dus uit van het bekijken van musea, droog in ieder geval.
Wanneer we weggaan treffen we nog meer gasten, zogenoemde re-anactors. Dit zijn mensen die zich helemaal inleven in de tijden van toen en zich ook kleden als toen. We zijn dus ineens in het gezelschap van twee Duitse soldaten en een Brit. Op de vraag of ik hier een foto van kan maken antwoorden ze bevestigend zodat we even terug zijn in de tijd. De uniformen zijn op maat gemaakt, maar goed ook, want wanneer ik de verhalen lees is het onwaarschijnlijk dat de mens van nu past in de uniformen van toen.
Voordat we naar Ieper gaan rijden we eerst naar Passendale. In de omgeving herinnert niets meer aan de foto's van 1917, ploeterende soldaten in de blubber. We treffen nu weilanden vol met suikerbieten met af en toe een boerderij.
In Passendale zelf is verder ook weinig te zien, alleen een groot monument herinnert aan de verschrikkelijke tijd van 1917.Het weer nodigt niet uit om uit de auto te gaan, de trappen ook niet dus we zetten weer koers naar Ieper om een museum te gaan bekijken, het museum "Hooge Crater", een museum dat we bewonderenswaardig snel weten te vinden.
Aangekomen daar regent het nog steeds dus na in sneltreinvaart de rolstoel uitgeladen te hebben betreden we het museum. De toegangsdeur is nog een te nemen hobbel en na enig manoeuvreren zijn we in het museum.
Het museum is zeker de moeite waard. In grote vitrines staan diverse zaken uitgestald en m.b.v. foto's worden de verschillende jaren van de oorlog behandeld. De uitgestalde voorwerpen doen authentiek aan, en ook de vitrine vol met granaten doet zeer imposant aan.
We zijn de enigen in het museum wat als voordeel heeft dat we iedere vitrine uitgebreid kunnen bekijken zonder rekening te houden met anderen.
Op monitoren zijn beelden te zien van de slagen toentertijd en m.b.v. poppen worden diverse attributen uitgebeeld zoals ze toen gebruikt zijn. Al met al krijgen we zo toch een goed beeld van de wapens van toen en na nog een paar laatste foto's gemaakt te hebben verlaten we het museum en gaan we ons opmaken voor de volgende bestemming van die dag en dat is "Hill 60". Op onze vorige trip zijn we hier ook langs gekomen maar toen weerhield de regen ons om dit een bezoek te brengen.

Charlotte had ons al verteld dat de benaming "hill" niet zozeer heuvels aanduidde maar meer verhogingen. Op een verder vlak land waren deze verhogingen dan ook strategisch van zeer groot belang.
Alsof de duivel ermee speelt komt ook nu de regen met bakken uit de lucht als we aankomen bij Hill 60 en tot overmaat van ramp is ook het enige droge onderkomen daar, het museum, gesloten. De hill is ook nu voor mij onneembaar zodat we maar besluiten om ook dit keer de heuvel niet te bezoeken. Op de heuvel staat een gedenkteken maar deze krijgen we slechts van afstand te zien.

De overdekte bezienswaardigheden beginnen nu toch uit te dunnen maar de keuze valt op het museum Ramparts, in Ieper zelf. Ernaar toe rijden is een probleem, het ook vinden is het tweede. In de stromende regen weten we uiteindelijk het museum te vinden, maar waar de regen eerst met bakken uit de lucht kwam is het nu met complete wagonladingen vergezeld van hagel.
Tegen zoveel natuurgeweld kunnen we niet op zodat we, hopende op betere tijden, terugkeren naar de hoeve. Daar aangekomen wordt weer een greep gedaan in de aanwezige bibliotheek zodat ik het eerste uur weer onder de pannen ben met het lezen van het boek over de slagen om Hill 60. Dit lezende besef ik pas welk een strijd er hier is uitgevochten, om, zoals we zelf hebben gezien, een verhoging die het predikaat heuvel niet mag dragen.
Na een uur begint toch de onrust weer toe te slaan, ik ben uiteindelijk niet naar Ieper gekomen om languit op het bed boeken te lezen, en ik besluit om buiten een kijkje te nemen. Van Charlotte heb ik eerder al begrepen dat ik gerust een kijkje mag nemen in de schuur waar de gevonden voorwerpen liggen en buiten waar de gevonden munitie ligt. In ieder geval zal zij dit weekend nog een rondleiding verzorgen, maar aangezien het ondertussen droog is buiten lijkt mij dat een prima gelegenheid om buiten de munitie te gaan bekijken.
Buiten aangekomen tref ik weer twee van de re-anactors die de wagen aan het beladen zijn met in de buurt nog veel meer van hun collega's. Deze kans laat ik niet onbenut, wanneer tref je nog meer van deze, in de uniformen van toen, uitgedoste vrijetijds militairen. Op mijn vraag of ik een groepsfoto kan maken antwoorden ze bevestigend zodat ik op een gegeven moment 12 man voor de groepsfoto heb.
Dit was 90 jaar geleden niet gelukt, Duitsers en Engelsen zo bereidwillig poserend voor de foto. Al pratend blijkt het een zeer internationaal gezelschap te zijn, Duitsers, Belgen en ook een Nederlander.
Een van de leden vertelt mij dat ze een maal per maand samen ergens heen gaan en zich daar dan ook een weekend terugwanen in de tijd. Die middag gaan ze een krans leggen op een Duitse begraafplaats omdat enkelen van de groep daar familieleden hebben liggen.

Ze bedankend voor de foto ga ik verder om de hoek van het verblijf en wat ik daar zie overtreft mijn stoutste verwachtingen. Tegen de rand van het weiland staat allerlei oorlogstuig opgestapeld met daarnaast op een pallet enkele, als ware het Kuifje, bommen en granaten.
Geďmponeerd rij ik tot vlakbij deze granaten en besef dat ze er nog akelig intact uitzien. Ondertussen is de heer des huizes, Dirk, naast me komen staan en geeft me tekst en uitleg van wat er allemaal buiten ligt. Het is allemaal oorlogstuig wat bij het bewerken van het land naar boven komt. Waar ik voor sta zijn een aantal geladen obussen, die pas gevonden zijn tijdens het oogsten van de wortelen. Die munitie zal eerstdaags worden aangemeld bij de politie voor ophaling door de opruimingsdienst om uiteindelijk onschadelijk gemaakt te worden op de basis in Houthulst.
Zelfs meer dan 85 jaar na het eindigen van de eerste wereldoorlog komen er nog jaarlijks enkele tientallen granaten en andere overblijfselen van de gevechten van toen naar boven. Zo komen er bij het oogsten van de aardappels geregeld nog hndgranaten mee, welke ook hun einde vinden op de basis in Houthulst.
Maar goed, zo overdreven voorzichtig als wij in Nederland met gevonden munitie omgaan, zo nuchter gaan de Belgen ermee om, gewend als zij zijn om voortdurend hiermee geconfronteerd te worden. Dirk geeft me tekst en uitleg over de gevonden granaten en wijst mij op de verschillen tussen de verschillende granaten van Duitse, Engelse en Franse afkomst.
Gewend als hij is om tijdens het ploegen dergelijk oorlogstuig naar boven te halen, kijkt hij er niet meer van op als de ploeg wat raakt. Komt die dit jaar niet aan de oppervlakte, dan komt die volgend jaar wel.

We gaan ook nog even naar de schuur waar ook een gedeelte van de oorlogsoverblijfselen zijn uitgestald, maar in de schuur kom ik niet veel verder dan de deur aangezien hier de re-anactors hun kampement hebben opgeslagen. Ook van afstand is te zien dat er vele attributen hangen in de schuur en wat me meteen opvalt, zijn de 3 Duitse helmen die uitgestald zijn.
Dirk vertelt me dat het twee helmen zijn uit de eerste wereldoorlog een uit de tweede wereldoorlog. Het verschil is te zien aan de hoogte van de helmen en de bouten aan weerszijden van de helm. De helmen uit de 1e wereldoorlog waren hoger en hadden bevestigingsbouten aan de zijkant om een stalen plaat aan te bevestigen die bescherming bood tegen scherpschutters. Groot nadeel, deze plaat was 3 kg zwaar, dus niet te tillen voortdurend op je hoofd. De rest van de schuur hoop ik te zien tijdens de rondleiding van Charlotte maar deze korte rondgang met uitleg van Dirk was al zeer de moeite waard.

Weer naar de kamer gegaan zijn we ondertussen al weer aan het eind van de middag beland en we besluiten voordat we gaan eten in Ieper eerst weer naar het "museum Ramparts" te gaan. Daar aangekomen is het droog, maar bij navraag blijkt het museum niet rolstoeltoegankelijk te zijn. Maar we zijn niet voor een gat te vangen dus een poging wordt ondernomen om het museum dan maar met 2 krukken te bezichtigen.
Door het café komen we in het museum waar allerlei diorama's zijn ingericht met taferelen uit de 1e wereldoorlog. Begeleid door oorlogsgeluiden lopen we langs de verschillende vitrines over smalle planken.
Het lopen met twee krukken valt mee, dit schept dus weer mogelijkheden voor andere plekken die ook niet rolstoeltoegankelijk zijn. Het museum is wel heel anders dan de andere musea die ik in de loop van de tijd heb gezien. Alle spullen staan uitgestald in vitrines om toch een beeld te geven van hoe ze toentertijd gebruikt zijn. Wanneer we verder lopen zijn we een rode vloeistof onder aan een trap, bloed voorstellende. Wanneer we omhoog kijken zien we een tafereel van enkel dode soldaten die op een trap liggen, welke naar de uitgang van een schuilplek leidt in de loopgraven. Van zulke taferelen zijn er vele in dit museum.
Ondertussen zijn we al weer aan het eind gekomen van het museum en we stappen weer de, ditmaal droge, buitenlucht in. Via het café belanden we weer bij de auto waarna we het centrum van Ieper opzoeken voor het diner.

We kijken of we een ander restaurant kunnen vinden om ergens anders te gaan eten maar na een nutteloze voettocht belanden we toch weer in hetzelfde restaurant als gisteren. Niet erg want het eten smaakt er weer bijzonder goed. Het is ondertussen 19.15 uur geworden, en we hebben de keuze, terug naar de hoeve of naar de "Menenpoort" voor de ceremonie om 20.00 uur. De beslissing valt toch op de Menen poort want als ik het nu niet doe is de kans groot dat ik het nooit doe, dus we gaan naar de Menen-poort, slechts op 5 minuten afstand.
Daar aangekomen is het toch weer indrukwekkend om alle namen te zien die zijn uitgegraveerd in de muren. Op dit tijdstip zijn we de eerste die zich gemeld hebben voor de ceremonie van 20.00 uur. Ik heb de plekjes voor het uitzoeken en na aan de, "ceremoniemeester" te hebben gevraagd waar de trompettisten staan installeer ik me in het midden van de poort met goed zicht op de, verwachte, ceremonie. Ondertussen begint het vol te stromen met mensen en na verloop van tijd staan er al enkele rijen dik mensen.
Er zijn ook een aantal, naar ik op dat moment aanneem Engelse studenten, die zich strak in het gelid opstellen, in de houding met het hoofd strak omhoog. Voordat ik me daar over heb kunnen verbazen komt opeens de "ceremoniemeester" naar me toe, zegt dat hij me op een goede plek gaat zetten, en gaat er met de rolstoel vandoor, met mij als inhoud. Ingrid ziet mij opeens verdwijnen en haast zich achter de rolstoel aan.
Met gezwinde spoed arriveren we aan de overkant, slaan rechtsaf, en onder het roepen van "excuse me", wordt ik tot vlakbij de stip geplaatst waar straks de Last Post geblazen gaat worden. Zo, daar sta ik dan, vooraan, met naast mij enkele verbouwereerd kijkende toeristen. Oke, niet geheel mijn stijl, maar ik heb nu wel een goed plekje, Laten we er dan maar van genieten.
Om klokslag 20.00 uur is al het verkeer stilgelegd, en dan nagaan dat dit al vanaf 1928 gebeurt, en marcheren 4 trompettisten naar de stip. Zij blazen de last post als eerbetoon aan alle gestorven soldaten in de Ieper-boog. Hierna worden een aantal namen opgelezen van gesneuvelde soldaten, gesneuveld in dezelfde week maar dan in 14-18. Daarna leggen de, wat ik dacht, Engelse studenten kransen in een nis van de poort. Zij doen dit strak marcherend wat mij toch iets te militaristisch overkomt, en wat de vraag doet rijzen of dit wel studenten zijn.
Hierna wordt de ceremonie afgesloten en haasten de toeschouwers zich weer naar de warmte van huis, restaurant of hotel. Wanneer ik wegrijd komt de "ceremoniemeester" nog naar me toe, geeft me een hand en zegt:"dat ging goed he", en weg is hij weer.
Leuk, zoals hij dit geregeld heeft voor mij. Indrukwekkend om te zien hoeveel eerbied er nog is, en dat al meer dan 75 jaar, voor de soldaten van toen. Een tikje merkwaardig vond ik toch wel de overdreven, militaristische, manier van kransen leggen. Ik zelf had het mooier gevonden als het op een andere manier gedaan was. Het geeft wel aan hoe belangrijk Ieper nog is voor de Engelsen.
De terugweg wordt weer ingezet naar de hoeve, waar we tegen 21.00 uur arriveren. Onderweg wordt nog een rat geschept die zo onverstandig was om, nadat die heelhuids was overgestoken, vlak voor de auto weer om te keren. Een aanvaring is onvermijdelijk, spijtig voor de rat. Op de hoeve wordt in een warme kamer nog eens de bibliotheek doorgenomen, er zijn nog zat boeken aanwezig zodat ik me niet hoef te vervelen.

De volgende dag wacht weer een rijkelijk gedekte tafel op ons en er zijn nu meerdere gasten aangeschoven. Naast een ander Engels echtpaar schuiven er ook nog een stel Canadezen aan zodat er een internationaal gezelschap aan tafel zit.
Wanneer ik de ervaringen van de vorige avond vertel en de verbazing over het marcheren van de "studenten", hoor ik van een Engelse vrouw dat dit waarschijnlijk cadetten waren van het Britse leger. Dit verklaart ook het strakke in de houding staan van de hele groep.
Na het ontbijt pakken we in en maken ons gereed om voordat we weer naar Nederland terugreizen nog de verzameling op de hoeve te gaan bekijken, De re-anactors is gevraagd om ruimte te maken in de schuur zodat we alles goed kunnen bekijken.
We verzamelen ons rond de verzameling oorlogsschroot die buiten is neergelegd waar Charlotte ons, met kennis van zaken, de bijzonderheden vertelt. Ieder jaar wordt er nog veel van dit uit de grond gehaald en dat daar geregeld nog een onontplofte granaat tussen zit baart hier geen opzien meer.
Aan de hand van de uiterlijke kenmerken kan Charlotte ons vertellen wat een Franse, Duitse of Engelse granaat is. Van een aantal granaten is bekend wat de explosieve lading is, van andere is dat onduidelijk. De inhoud kan dus ook gas zijn, een rare gedachte.
Geregeld worden de granaten opgehaald door de opruimingsdienst, die ze, na ze d.m.v. röntgenstralen te hebben gecontroleerd op hun lading, tijdens de maanden april-oktober 2 maal daags laten ontploffen. Zoveel wordt er dus nog gevonden dat ze met gemak de dagen tijdens het springseizoen vullen.
De gasgranaten worden in een speciale fabriek ontmanteld waar het gas onder hoge temperatuur verbrand wordt. In dit tempo heeft men nog tientallen jaren nodig om alle gevonden gasgranaten te vernietigen.
Naast de gevonden munitie staan ook allerlei bakken met troep die ook van het land gehaald wordt. Werd het vroeger nog verkocht als oud ijzer, tegenwoordig is men er wat voorzichtiger mee omdat er tussen het oud ijzer nog wel eens een verdwaald projectiel zat, alle ingrediënten dus voor trammelant.
Hierna gaan we naar de schuur, die ondertussen is ontruimd door de re-anactors. In de schuur bevinden zich vele attributen die gevonden zijn, voor de leek onherkenbare troep, voor de kenner allerlei onderdelen van wapentuig, uitrustingen en wat er allemaal niet vrijkomt bij een oorlog.
Van de meeste voorwerpen weet Charlotte wat het is, waar het voor gebruikt werd en van welk land het afkomstig is. Van de voorwerpen die niet direct te herkennen zijn weet zij door navraag, opzoeken, maar soms ook van bezoekers het ware verhaal te achterhalen.
In de beginjaren van de bed- en breakfast zijn er veel van dergelijke oorlogssouvenirs weggegooid, weggegeven e.d. Als dit niet gedaan was konden er waarschijnlijk meerdere van deze schuren gevuld worden. Nu is het een welkome aanvulling voor de gasten omdat het gros van de gasten toch komt voor het oorlogsverleden van de streek.
Geregeld werden er ook nog oude geweren gevonden, vaak nog met de munitie in het wapen. Dit bewijst maar weer eens dat veel van de gesneuvelde soldaten gestorven zijn zonder een schot te hebben afgevuurd. Al met al is het een imposante verzameling die zich in de schuur bevindt, door het verhaal erbij kijk je er toch anders tegenaan. Waarschijnlijk is er nog tijd genoeg te vullen met de verhalen achter de gevonden voorwerpen maar de tijd is dermate snel verstreken dat het vertrek van de hoeve aanstaande is.

Na afscheid te hebben genomen van Charlotte en de hoeve, wie weet staat er in de toekomst nog een verblijf hier te wachten, stappen we in de auto voor de reis terug naar Nederland. Op de terugweg komen we nog langs, in het boek "Velden van weleer" omschreven als het mooiste gedenkteken van het westelijk front. Het monument stelt een soldaat voor leunend op zijn geweer. Het is inderdaad een imposant gezicht om het beeld te zien staan.
Hierna wordt toch echt de terugreis aanvaard, terug naar de sneeuw als we afgaan op de telefoontjes die we dit weekend hebben gepleegd.
Een zeer geslaagd weekend, zelfs minder mobiel heb ik toch nog een hoop plekken en musea gezien. Dit opent perspectief voor tochtjes in de toekomst, al zal dit wel weer enige tijd op zich laten wachten. Onze eerste ervaring met bed and breakfast was ook zeer positief. Indrukwekkend is toch ook om te zien hoe men in deze streek nog welhaast dagelijks met de eerste wereldoorlog wordt geconfronteerd, enerzijds met de vele vaak Engelse bezoekers, anderzijds met de troep die men nog van het land haalt. En dan de nuchterheid die men daarbij heeft. Niet te vergelijken met het overgeorganiseerde en geregelde Nederland waar een doos illegaal vuurwerk velen al een hartverzakking bezorgd.

terug naar beginscherm