De Somme (juli 2003)

Bij het bepalen van de vakantie voor 2003 valt de keuze op Noord-Frankrijk, goed te berijden voor een auto met caravan in een dag, en we kiezen een kastelencamping in St. Vallery sur Somme, een stad vlak aan zee bij de baai van de Somme. Bij het neuzen op Internet naar bezienswaardigheden in de buurt is me al duidelijk geworden dat de slagvelden van de Somme in de buurt liggen en, idem als vorig jaar, weet ik na onderhandelingen met de familie, een dag te claimen om deze slagvelden te bezoeken. Van Internet heb ik via een Engelstalige site een tocht gevonden die, in een dag, een aantal van de meest bezienswaardige plekken beschrijft, een tocht die overigens in grote lijnen overeenkomt met de route beschreven in "Velden van weleer".
Halverwege juli is het zo ver en strijken we neer op de camping, ons verblijf voor de komende 2 weken. Het spreekwoord in gedachten houdend dat van uitstel afstel komt is mijn voornemen om meteen in de eerste week mijn bezoek te plannen. Groot is dan de verassing dat Ingrid voorstelt om op een middag gezamenlijk een tocht te maken naar de slagvelden.

Voorzien van het nodige proviand vertrekken we in de middag om een aantal plekken te bezoeken.Al gauw blijken afstanden in de praktijk langer te zijn dan dat ze op de kaart lijken en de tocht duurt al gauw weer anderhalf uur voordat we in de buurt komen. Ons eerste doel is het Newfoundland Memorial Park bij Beaumont Hamel waar in de eerste dag van de Slag van de Somme op 1 juli 1916 honderden Canadese doden vielen, die zich zoals zo velen die dag in rijen opstelden om voor het vaderland te worden neergemaaid. Op de parkeerplaats zijn weer vele engelse auto's te zien en na een lunch te hebben genuttigd op het gras betreden we het "park" dat er zeer verzorgd uit ziet.
Meteen bij de ingang zijn de loopgraven te zien waaruit de ongelukkige soldaten die dag vertrokken om nooit meer terug te komen. Hierlangs en doorheen lopend komen we bij het grote gedenkteken midden in het park waar een bronzen kariboe staat, verwijzend naar de herkomst van de soldaten. In het park lopen Canadezen, studenten waarschijnlijk, die bezoekers rondleiden.
Wij maken hier geen gebruik van en klimmen naar boven van waaruit het hele slagveld te overzien is. Rondom ons heen zien we velden vol met loopgraven en bomtrechters die een beeld geven van de strijd die hier gevoerd is. Vanuit dit punt is de grootte van het park te zien dat nog vele honderden meters beslaat. Te zien zijn ook de Duitse loopgraven die zich in de verte bevinden, voor velen die dag een onbereikbaar doel.

Na nog een tijd rondgekeken te hebben, om naar de Duitse loopgraven te lopen lijkt een te grote inspanning, laten we het park achter ons om ons naar het volgende doel te spoeden, het Thiepval Memorial to the Missing. Dit weten we vrij snel te vinden, niet zo moeilijk want het monument is al van verre al te zien. De eerste tekenen van desinteresse bij de dames beginnen zich te vertonen, geheel begrijpelijk, want om zo lang te rijden om velden met loopgraven en bomtrechters te bekijken is niet ieders idee van een geslaagde vakantiedag.
Ik ga dan ook alleen uit de auto om het monument van dichtbij te bekijken, een gedenkteken gelijk aan dat in Ieper aangezien ook hier de namen in gegraveerd staan van 70.000 vermisten. Onder het monument liggen her en der nog bloemen, en er lopen ook verscheidene bezoekers rond, veelal Engelsen. De namen zijn gerangschikt naar de regimenten waarin zie dienden, en de hoeveelheid namen die er staan is indrukwekkend om te zien. De namen die er gebeiteld zijn zijn slechts een gedeelte van het totale aantal slachtoffers dat gevallen is bij de Somme, een aantal dat geschat wordt op 1,3 miljoen, evenredig verdeeld over de betrokken landen.

Me bewust van de moeite die de dames zich getroosten om nog enig enthousiasme te tonen vervolgen we onze tocht om nog een plek te bekijken, de plek waar de grootste mijn van de oorlog is ontploft, door de fransen aangeduid als La Grande Mine. Wanneer we uitstappen, zien we pas hoe groot deze krater is in omvang en in diepte. Ook om deze krater is enorm gevochten met de partijen op de rand van de krater. Het is niet moeilijk om te beseffen wat het lot was van degenen die op het moment van de ontploffing boven de mijn zaten.
Het humeur van de dames is ondertussen gedaald tot onder het nulpunt en we besluiten dan ook om het deze dag voor gezien te houden en de terugreis, ook weer zo'n anderhalf uur rijden, naar de camping in te zetten. Een indrukwekkende dag maar mijn honger naar meer is nog niet gestild en mijn oorspronkelijke plan om er een dag alleen op uit te trekken blijft overeind staan.
Nu is het nog de kunst om de rest van de familie te overtuigen. Wat zeer zeker nog op mijn lijstje staat is Serre, een dorpje waar het gedenkteken staat van de Accrington Pals, en de plek waar het boek "Verbond met de dood" van John Harris zich afspeelde.

Een aantal dagen later is het plan gemaakt en vertrek ik om 09:00uur om de tocht te vervolgen. De route heb ik uitgestippeld en na de benzinetank volgegooid te hebben ga ik weer richting de slagvelden. Op het programma staat als eerste Vimy, een plek waar de Canadezen flink slag geleverd hebben, niet tijdens het Somme-offensief maar in april 1917, bijna een jaar later dus.
Langzamerhand begin ik toch het in een keer naar de goede plek te rijden onder de knie te krijgen en na wederom anderhalf uur rijden zie ik de borden die verwijzen naar het Canadese herdenkingspark op "Vimy ridge". Het is een Canadees nationaal herdenkingspark en al gauw verschijnen links en rechts van de weg loopgraven en bomtrechters voorzien van waarschuwende bordjes met daarop de tekst: Danger, undetonated explosives.
Ik rij de grote parkeerplaats op waarna ik naar het grote monument toeloop dat hier staat. Vanaf dit monument is uitzicht op de heuvel en in de verre omtrek is te zien hoe de velden bezaaid zijn met bomtrechters en ze zijn allen afgezet met bordjes om het gras niet te betreden vanwege het gevaar van nog niet ontplofte explosieven. Het geheel ziet er imponerend uit en na het monument bekeken te hebben ga ik naar het herdenkingscentrum wat verderop staat. Hier binnen wordt door foto's het verhaal van deze plek verteld en ook het verhaal van de Canadese troepen tijdens de eerste wereldoorlog.
Na hier even rondgelopen te hebben, ook hier zijn Canadezen aanwezig om mensen rond te leiden, stap ik weer in de auto om de loopgraven elders in het park te gaan bekijken. Gewapend met videocamera en fototoestel loop ik naar de loopgraven en zie een perfect gerestaureerd loopgravenstelsel.
Het ziet er wel allemaal authentiek uit en opvallend is hoe dicht de loopgraven van de Duitsers en Canadezen bij elkaar liggen, gescheiden door enorme granaattrechters die allemaal een eigen naam hebben. Hoewel de zandzakken nu van steen zijn gemaakt en het er allemaal heel vredig uitziet, begroeid met gras en bomen rondom, geeft het geheel toch een beeld van hoe het er toentertijd uitgezien heeft. Ik kan er nu rustig rondlopen, fluitend (bij wijze van spreken, ik kan het niet)het niemandsland tussen de Canadese en Duitse loopgraven oversteken, een kwestie van enkele tientallen meters.
Afdalend in de loopgraven, ik hoef nu niet bang te zijn om met mijn hoofd boven de loopgraven uit te steken wandel ik een tijdje rond om me te verbazen over de geringe afstand die de loopgraven uit elkaar liggen, ware het niet dat tussen de loopgraven kraters liggen die welhaast 10 meter diep zijn, niet echt aanlokkelijk om hierdoor naar de overkant te lopen.
Ook hier geld weer op de paden blijven, te zien aan de ontelbare kraters die er zijn is het ook zeer aannemelijk dat er her en der nog niet ontplofte granaten liggen. In principe leent de plek zich wel om nog uren rond te vertoeven, er kunnen ook tunnels bezocht worden, er schijnen ettelijke kilometers van tunnels zich onder de grond te bevinden waarvan een gedeelte, onder begeleiding, bezichtigd kan worden.
Het programma van deze dag leent zich hier echter niet voor en na nog een rondje gemaakt te hebben loop ik weer naar de auto om de tocht te vervolgen. Rondrijdend zie ik nog ettelijke plekjes waar ik wil kijken maar na een laatste blik geworpen te hebben op een van de vele kerkhoven die zich in dit herdenkingspark bevinden rij ik na mijn volgende bestemming, chronologisch niet helemaal juist want deze plek is "Notre dame de Lorette" een plek waar door de Fransen en Duitsers in 1915 vreselijk is gevochten.
Het is slechts een kwartier rijden als ik deze heuvel oprijd om bovenop een kerkhof tegen te komen waarop werkelijk duizenden kruisen te zien zijn, volgens de geschiedenis van deze plek slechts een fractie van het werkelijke aantal gesneuvelden. Op het kerkhof staan 2 grote herdenkingsmonumenten die de tienduizenden Fransen herdenken die hier sneuvelden, slechts voor een heuvel.
Ik loop in mijn eentje rond op deze immense begraafplaats en voel me toch lichtelijk bezwaard om uitgebreid te gaan filmen en foto's te maken. Ik beperk me tot een aantal foto's van de gebouwen die er staan en vervolg mijn weg naar een museum dat naast deze begraafplaats ligt. Ook hier ben de enige bezoeker, de auto's die er staan zullen wel tot de mensen behoren die het museum runnen.
Achter het museum ligt een klein lokaaltje waar een aantal kastjes staan waar je tegen betaling foto's kunt bekijken van destijds, gerangschikt naar soort onderwerpen die je wilt bekijken. Ik spendeer er wat geld aan om enkele foto's te bekijken en verlaat dan weer het gebouw om het veld naast het museum te bekijken. Hier ligt nog een stuk slagveld met loopgraven en stukken geschut waar nog weinig aan gerenoveerd is.
Via een draaihek, tegen betaling uiteraard, loop ik dit veld op, gadegeslagen door een kudde schapen die er rondloopt. Op het veld vind ik nog oude loopgraven van de Duitsers en de Fransen, voorzien van prikkeldraad dat er nu zelfs nog afschrikwekkend uitziet. Via loopplanken loop ik over de loopgraven en door het veld stappend bekruipt me het nare gevoel of de Fransen wel alle explosieven verwijderd hebben. Aan de andere kant als er nog wat ligt hadden de schapen het wel doen ontploffen,…maar toch!
Links en rechts staan nog oude kannonnen opgesteld en als ik naar een kanon loop, opgesteld in een soort bunker staren een paar ogen mij aan naast het kanon…. schapen die dit een mooi plekje vinden. Opvallend is weer de geringe afstand die er is tussen de loopgraven, soms minder dan 10 meter.
Ook op deze plek kan ik nog uren vertoeven maar ik moet weer verder en tot overmaat van ramp begeeft mijn fototoestel het, juist nu ik de "mooiste" foto's aan het maken ben. Ik rommel nog wat aan het toestel maar dit brengt niks. Gelukkig heb ik de camera nog. Het draaihek werkt zowaar en ik sta weer buiten.
Er staat me weer een flink stuk rijden te wachten, en na een croissantje naar binnen te hebben gewerkt stap ik weer in de auto om weer af te zakken naar het Somme-front, al gauw een honderd kilometer verder. Onderweg plaats ik een nieuwe batterij en een nieuw fotorolletje in het fototoestel die ik opscharrel in een van de kleine stadjes waar ik doorheen rijd zodat ik aankomend bij het Somme-front er weer helemaal klaar voor ben.
Als eerste staat op het verlanglijstje het dorpje Serre, wat ik op de vorige dag niet kon vinden. Hier zijn de begraafplaatsen van enkele zogenoemde "Pals batallions", onderdelen van het Engelse leger van vrijwilligers die veelal met vrienden of andere mensen met dezelfde achtergrond (fabrieken of straten) in hetzelfde onderdeel werden geplaatst. Tijdens de slag om de Somme werden vele van deze zgn. Pals batallions bijna compleet weggevaagd.
Bij Serre staan een aantal gedenktekens voor deze Pals. Het boek Verbond met de dood verhaalt over een van deze pals bataillions en hoe zij na 2 jaar van opleiding binnen 10 minuten hun dood tegemoet liepen. Buiten Serre leidt een zandweggetje naar 4 begraafplaatsen en de gedenktekens. Ik ben niet de enige, een engelse auto staat er al geparkeerd waarvan de inzittenden druk aan het zoeken zijn op een van de begraafplaatsen naar, misschien, grootvader of ander familie.
Ik loop even rond bij de gedenktekens en naar het terrein waar toendertijd de slag heeft plaatsgevonden. Het gebied is glooiend met uitgestrekte vergezichten, en veelal hadden de Duitsers de hooggelegen gedeelten zodat zij een uitstekend zicht hadden op de aanvallende Engelsen.
Ik stap weer in de auto en rijd weer naar de hoofdweg om de tocht voort te zetten. De plekken die ik deze dag wilde bezoeken heb ik bekeken dus alles wat ik nu nog kan meepakken is meegenomen. Onderweg kom ik langs vele begraafplaatsen, dit gebied ligt bezaaid met begraafplaatsen, allen goed onderhouden en naar de bloemen te oordelen ook nog drukbezocht. Na welhaast elke bocht staat er weer een verwijzing naar een begraafplaats, van vele nationaliteiten Canadees, Indisch, Schots, Chinees. Duitse begraafplaatsen zijn er niet zoveel, slechts enkele kom ik tegen.
Via de borden kom ik bij het Zuid-Afrikaanse herdenkingspark bij "Deville Wood". In een museum worden hier de Zuid-Afrikaanse troepen gedacht die ook hebben meegevochten aan de Somme.
Het museum ligt in het bos, nu groen en vredig maar tussen de bomen liggen er nog loopgraven en granaatrechters. Al wandelend naar het museum begint de dag vol met lopen toch zijn tol te eisen en beginnen mijn benen op te spelen. Maar ik ben vlak bij het museum dus dat kleine stukje moet nog maar. Binnenin is er een uitgebreide fotocollectie en schilderijen die de geschiedenis van de Zuid-Afrikaanse vertelt die tijdens de eerste wereldoorlog in Europa gevochten hebben.
Weer buiten waag ik nog een poging om het omliggende bos in te gaan maar dit laat ik al snel als mijn benen bijna weigeren om nog een stap te verzetten. Nu nog terug naar de auto, maar eigenwijs als ik ben heb ik de krukken niet meegenomen en dat breekt mij nu op.
Weer terug bij de auto ben ik blij dat de auto niet honderd meter verder sta want ik denk dat ik dan het restant had moeten kruipen, niet echt bevorderlijk voor het zelfvertrouwen. Maar de auto is bereikt, het laatste croissantje gaat naar binnen en het is alweer de hoogste tijd om terug te keren naar de camping om nog op een redelijke tijd terug te zijn.
Het was weer een lange dag met een hoop afgelegde kilometers maar het was het allemaal waard. Een hoop dingen gezien, allemaal plekken die je keihard de realiteit van een oorlog doen beseffen. De benen doen nog net genoeg dienst om de pedalen te kunnen bedienen en via vele begraafplaatsen verlaat ik het gebied om full speed terug te keren naar de camping.
De druk is van de ketel, ik kan nu de tijd nemen om lekker relaxed vakantie te vieren. Weer een stuk van het front bekeken, ik denk dat ik nu de belangrijkste stukken gezien heb. Een aantal dingen staan nog op het verlanglijstje, maar zien wanneer zich weer een mogelijkheid voordoet om deze plekken te gaan bekijken.
Weer aangekomen op de camping blijkt de kilometerteller op 350 km te staan, Nooit kunnen denken dat mijn interesse voor de eerste wereldoorlog zo in de kilometers zou lopen.

terug naar beginscherm