We zijn weer thuis, het verslag van de Somme is gemaakt, en het gewone leven heeft zich weer aangediend. De vakantie voor dit jaar gaat zich afspelen in het zuiden van Frankrijk dus enige link met de eerste wereldoorlog is er niet.
Al pratend met familieleden wordt duidelijk dat mijn zwager ook enige interesse heeft in geschiedenis en ook in deze oorlog. Deze belangstelling was me al eerder duidelijk maar nu weten we het concreet om te zetten in daden. De plannen worden gemaakt voor een dagje Frankrijk, en op mijn verlanglijstje staat nog het museum over de eerste wereldoorlog in Peronne, het 'Historial de la grande guerre'.
Nadat enkele data mislukt zijn gaat de tocht dan toch echt gemaakt worden in maart. Het streven is om rond 10.00 uur in Peronne te zijn dus om 06.00 uur komt mijn zwager voorrijden om de reis naar Frankrijk te beginnen.
De weersverwachtingen zijn niet echt gunstig, regen en veel wind, maar de reis is nu al enkele malen uitgesteld zodat deze verwachting ons niet kan weerhouden. Dit weertype past ook wel beter bij de stemming van het gebied dat we gaan bezoeken.
De reis loopt voorspoedig, het is niet druk (niet zo verwonderlijk zo vroeg), de weg komt me bekend voor na zoveel keer over deze weg te zijn gereden en iets voor 10.00 uur parkeren we de auto voor het museum in Peronne, midden tussen de net wakker wordende Fransen die een bezoek brengen aan de markt en zich huiswaarts spoeden met het onvermijdelijke stokbrood onder de arm. Als ze geweten hadden dat wij al een tocht van honderden kilometers erop hadden zitten hadden ze ons waarschijnlijk meewarige blikken gegeven, maar ja, je moet er wat voor over hebben.
Na koffie en broodjes te hebben genuttigd in de auto gaan we naar de ingang van het museum waar zich ondertussen een busgezelschap Fransen heeft verzameld.
Netjes achteraan sluitend komen we na 5 minuten erachter dat het gezelschap niet zit te wachten totdat de deur opengaat, maar gewoon zit te wachten op, waarschijnlijk, ontbrekende groepsleden. Naar binnen gaand en na de kassa achter ons te hebben gelaten wacht er een museum op ons dat nog niet geteisterd wordt door horden bezoekers zodat we ruim de tijd hebben op ons gemak alles te bekijken zonder rekening te houden met anderen. En er is genoeg te zien!
Ruim opgezet lopen we door de diverse zalen waar allerhande zaken zijn uitgestald: uitrustingen, wapens, de uniformen van toen, beelden van toen, te veel om op te noemen. Ook draait er een film over de slag aan de Somme met enkele ooggetuige verslagen daarin. Indrukwekkend om te zien en te horen ook al is het helemaal in het Engels. Na eenmaal verrast te zijn door een luide pieptoon, nadat we te dicht bij een van de uitgestalde voorwerpen zijn gekomen hebben we ook door hoe de Fransen hun bezit beveiligen, vervolgen we onze weg door het museum.
Er is genoeg te zien in dit moderne museum zodat we de tijd nuttig kunnen besteden, ondertussen is het ook al drukker geworden. We zijn dus niet de enigen die geïnteresseerd zijn hierin. De eerlijkheid gebiedt wel om te zeggen dat we alleen maar Frans om ons heen horen. Na een anderhalf uur te hebben rondgelopen staan we weer buiten en gaan we kijken hoe we de rest van de dag gaan indelen. We besluiten na de inwendige mens versterkt te hebben een aantal bezienswaardigheden op het Somme-slagveld te gaan bekijken. Hoewel ik dit reeds vorig jaar al bekeken heb wil ik het nog wel een keer zien en, ik kan ze nu ook vinden, denk ik.
De eerste plek die we gaan bekijken heb ik ook nog niet gezien, en, hoewel gevonden, kunnen we niet direct wat onderscheiden wat er nu werkelijk te zien moet zijn. Ik ga het dan maar op safe spelen en we rijden naar het "Newfoundland Memorial Park" bij Beaumont Hamel omdat hier het toenmalige slagveld nog goed te zien is.
Het weer laat ons tot nu toe nog niet in de steek, het is niet warm maar de regen laat zich nog niet zien zodat we rustig over dit park kunnen lopen zonder een regenbui op ons hoofd te krijgen.
Hoewel de tweede keer hier vind ik het toch weer indrukwekkend om te zien, het "maanlandschap", hoewel begroeid, met al zijn oneffenheden. Staand bij de kariboe is goed te zien welk een afstand ze toendertijd moesten overbruggen om maar een glimp van de vijand op te vangen. Dan te bedenken dat als ze dit zagen dit ook waarschijnlijk het laatste was wat ze ooit zagen.
We lopen nog een tijdje rond op het park, duiken in de alom aanwezige loopgraven maar wagen ons niet naar de overkant waar de Duitse linies. Niet omdat we bang zijn om beschoten te worden, maar gezien de flinke afstand die we dan moeten overbruggen lijkt het ons beter om mijn aanwezige energievoorraad nog niet aan te spreken aangezien we deze dag nog meer dingen willen bekijken.
Het volgende doel wat op agenda staat is het monument bij Thiepval. Ik weet het nu snel te vinden en het blijkt dat we niet de enige bezoekers zijn. Er staan veel auto's bij het hek voor het monument, veelal Engelsen. We bekijken het monument van afstand, erheen lopen lokt ons niet erg aangezien het licht aan het regenen is. Maar zelfs van afstand ziet het monument er groot en indrukwekkend uit.
Weer op weg naar het volgende item passeren we de "Ulster memorial tower" weer een van de vele gedenktekens die hier aanwezig zijn.
We zijn op weg naar de plek van Le Grande Mine, de krater die geslagen is door een van de grote mijnen die toendertijd gebruikt zijn. De plek heb ik bij mijn vorige bezoek al bekeken maar zelfs de tweede keer is het nog imponerend om te zien wat een geweldige klap dat toen moet hebben gegeven toen die mijn tot ontploffing gebracht werd. We lopen even langs de krater en bedenken dat je beter niet boven op die mijn moet hebben gezeten toen die ging en gaan spoedig weer terug naar de auto op weg naar het Zuid-Afrikaanse museum.
Wederom een plek bekend van mijn vorige bezoek, maar ik probeer in deze dag zoveel mogelijk plekken te bekijken en dan is het handiger om de "bekende" plekken te bezichtigen dan om nieuwe plekken te gaan zoeken met het risico om de hele dag kwijt te zijn aan zoeken om thuis tot de ontdekking te komen niets gezien te hebben. Geleerd van de vorige keer dat ik hier was neem ik nu wel mijn kruk mee en we lopen door het museum om te zien hoe ook Zuid-Afrika zijn steentje heeft bijgedragen in deze oorlog. We weerstaan de roep om ook in de omliggende bossen te gaan kijken en zien dat de tijd ondertussen ook niet heeft stilgestaan.
We hebben ondertussen contact gehad met het thuisfront en stemmen de plannen op elkaar af om toch nog op een enigszins redelijke tijd thuis te zijn.
Een plek wil ik toch nog graag zien, niet in de laatste plaats omdat daar mijn fototoestel me de vorige keer zo jammerlijk in de steek liet, en dat is het "Notre dame de Lorette", maar ook omdat daar nog zo goed de contouren van het toenmalige slagveld zichtbaar zijn. De plek ligt precies op de route naar huis toe zodat dit uitstekend in te passen is op de terugreis.
Op weg naar de snelweg passeren we nog vele begraafplaatsen en gedenktekens, waarschijnlijk moet je hier een week zijn om alles te zien, en vangen de terugreis aan. Het weer heeft ondertussen zijn geduld met ons verloren en de wolken beginnen spoedig groter en dreigender te worden.
Na een klein uurtje naderen we ons laatste doel en de regendruppels beginnen zich in steeds grotere aantallen te melden. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat wij de enige bezoekers zijn op het "Notre dame de Lorette.
Allereerst gaan we naar het gebouw waarin een aantal vues stereoscopiques zijn opgesteld en waar je, per onderwerp, foto's kan bekijken van toenmaals.
Daarna gaan we door het draaihekje naar het veld waar nog de loopgraven en veel oorlogstuig te zien is. De regen is nog niet op volle kracht losgebarsten zodat we nog alles op het veld kunnen bezichtigen. De schapen die de vorige keer dat ik hier was in grote aantallen aanwezig waren zijn er nu uiteraard niet zodat we niet bang hoeven te zijn voor onheilspellende ogen die ons, vanuit de vele afdakjes met daaronder wapens, zitten te beloeren.
Wat wel raar is dat er in de loopgraven allerlei voorwerpen liggen, lijkende en de kleur hebbende van beenderen. Luguber aandoend maar het zal wel een gesteente zijn dat hier voorkomt, of de overblijfselen van de schapen, je weet het niet. Ook op het veld zijn de granaatinslagen te zien die, hoewel begroeid, nog duidelijk het geweld van een dergelijke explosie aangeven.
Door de regen is het allemaal wel behoorlijk glibberig geworden zodat we met de grootste omzichtigheid de loopgraven oversteken via de planken die her en der zijn neergelegd. Het prikkeldraad maakt nu, na meer dan 80 jaar, nog een griezelige indruk zoals het hier staat opgesteld, je voor te stellen om hier in vast te zitten met de vijand op een paar meter is welhaast onmogelijk.
Er is eigenlijk altijd iets als ik deze plek bezoek. Is het de ene keer bij mooi weer dat mijn fototoestel het begeeft, dan is het wel dat bij een werkend toestel het slecht weer is. De regen begint nu toch dusdanige vorm aan te nemen dat we zo langzamerhand moeten gaan denken aan de terugtocht.
Op het veld zijn her en der nog kanonnen en machinegeweren opgesteld zodat het geheel nog een authentieke indruk geeft.
De bordjes die overal zijn opgesteld staan geven je een indruk hoe dicht de loopgraven bij elkaar lagen. De foto's die wij even hiervoor gezien hebben geven een beeld wat daarvan de trieste gevolgen waren. De regen weerstaand begeven we ons weer naar de ingang en ook ditmaal laat de Franse techniek ons niet in de steek, we weten door het draaihek ook weer buiten te komen.
Weer terug in de auto kijken we terug op een geslaagde dag. Hoewel vroeg uit bed gegaan is het dus mogelijk om in een dag een flink aantal bezienswaardigheden te bekijken en, als het verkeer ons niet tegenzit op de terugweg, ook weer op een redelijke tijd terug te zijn.
Dit wetende schept mogelijkheden voor nieuwe tochten in de toekomst. Opdrogend in de warme auto spoeden we ons weer naar Nederland, een ervaring en een nat pak rijker.
terug naar beginscherm